Kit, de hoofdfiguur van dit boek, beschrijft hoe hij als zevenjarige door zijn vader bij zijn pleegouders wordt weggehaald. Hij moet zich zien aan te passen aan het harde leven van de pelsjagers in de wouden van Canada. Van zijn vader heeft hij weinig steun, het is een stugge man, die bovendien vindt dat zijn zoon te veel lijkt op zijn vrouw die van hen is weggegaan. Zij kon niet accepteren dat dieren gedood moesten worden om in het levensonderhoud te voorzien. De vader vreest dat Kit net zo week is.
Daar komt bij, dat de jonge indiaan Topean zich met zijn familie in de buurt van hun blokhut heeft gevestigd. Topean is ongeveer even oud als Kit, hij beschikt echter over veel meer ervaring. Kit moet zich bij zijn vader waarmaken, hij moet bewijzen dat hij zich kan handhaven in het harde woudleven.
Op een bepaald moment staat Kit voor de opgave samen met Topean te zorgen voor voldoende voedsel voor de kleine gemeenschap aan het Bevermeer. Zij slagen hierin. Door deze strijd om het bestaan is Kit een man geworden die door zijn vader als zijn gelijke wordt beschouwd.
Over dit boek wordt door critici gunstig geoordeeld. Men noemt onder meer de harmonieuze mengeling van avontuur, menselijke emoties en sprekende natuurbeschrijvingen. Ook vindt men, dat Käthe Recheis voortreffelijk het dilemma waarvoor een jager zich geplaatst ziet: het doden van dieren waarvoor hij bewondering heeft, voor jeugdige lezers duidelijk weet te maken.
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.